Fiscale regels voor een tweede verblijf in Vlaanderen en Wallonië uitgelegd

Het bezit van een tweede verblijf brengt naast ontspanning ook financiële en fiscale verplichtingen met zich mee. In België hangt het belastingregime af van de ligging van het pand, het gebruik (privégebruik of verhuur) en de van kracht zijnde gewestelijke en gemeentelijke reglementeringen.

1. De personenbelasting en het kadastraal inkomen

In de jaarlijkse aangifte van de personenbelasting moet het geïndexeerde kadastraal inkomen (KI) van de tweede woning worden aangegeven onder code 1106/2106. Dit bedrag wordt verhoogd met 40% en toegevoegd aan uw globale belastbare inkomen. Heeft u een hypothecair krediet afgesloten voor dit pand? Dan kunnen de intresten in aanmerking komen voor federale intrestaftrek ter compensatie van uw onroerende inkomsten.

2. De onroerende voorheffing

Net als voor een hoofdverblijf betaalt u voor een vakantiewoning jaarlijks onroerende voorheffing aan het gewest. Let wel op: verminderingen voor bescheiden woning, gezinslast of kinderen ten laste zijn uitsluitend van toepassing op de gezinswoning (hoofdverblijf) en gelden dus niet voor een tweede verblijf.

3. Verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië

Bij aankoop van een tweede verblijf geldt in Vlaanderen het standaardtarief van 12% registratierechten (verkooprecht), aangezien het gunsttarief van 3% voorbehouden is voor de enige en eigen woning. In het Waalse Gewest bedraagt het basistarief 12,5%. Meer gedetailleerde fiscale richtlijnen zijn te consulteren via de officiële portaalsite Vlaanderen.be.